Het onderstaande artikel stond in de Dorpskrant van Schaarsbergen van oktober 2006.
EEN PAARDENPARADIJS AAN DE HARDERWIJKERWEG
Sonja Braafhart en René Gerritsen moeten de afgelopen vijf jaar heel hard gewerkt hebben. In die periode hebben ze de reeds lang bestaande manege ”de Maesberg” een compleet nieuw aanzien gegeven. Niet alleen door van het terrein alle oude schuurtjes, loodsen en stallen te verwijderen maar vooral ook door het opbouwen van een bewegingsstal voor paarden en het ontwikkelen van een concept dat gebruikt wordt in hun zgn: “holistisch trainingscentrum”.
Maar eerst even terug naar het verleden. De boerderij, die in het open veld tegenover de Westerheide aan de Harderwijkerweg staat, moet meer dan een eeuw oud zijn zoals u in het voorgaande artikel al hebt kunnen lezen. In de eerste jaren van de vorige eeuw is het gewoon een veehouderij zoals veel boerenbedrijven in de omtrek. De eigenaars dragen vanaf 1904 de naam Braafhart en die naam heeft generaties lang op de deur gestaan. De huidige bewoonster/eigenaar Sonja Braafhart is een telg uit deze familie. Ze is hier geboren en woont er nog altijd. Nu samen met echtgenoot René en dochter Shen. Sonja’s zus Annelies woont in het andere deel van de boerderij.
Behalve een boerderij is De Maesberg ook al jarenlang een campingbedrijf. In de archieven is te vinden dat daar in 1936 al mee begonnen is. René is nog in het bezit van een heel oud schrift dat eigenlijk een soort gastenboek is. Bladerend in dat boekwerkje komen we tot de ontdekking dat de eerste gasten vooral verkenners, gidsen en welpen uit de scoutingbeweging geweest zijn. Wanneer zo’n groep een of twee weken op de boerderij geweest was, werden er tekeningen en gedichten in geschreven. De teksten die we in dit oude schriftje vonden, zijn zo leuk dat we daar binnenkort in onze krant een apart artikel aan gaan wijden. Het geheel geeft een tijdsbeeld van de jaren tussen 1936 en 1956.
Die groepen sliepen in tenten of in het stro op de boerderij en de familie Braafhart kookte het eten. Al die jonge mensen die in die jaren op De Maesberg gelogeerd hebben, moeten nu al behoorlijk oud zijn maar ze hebben ongetwijfeld heel goede herinneringen aan hun verblijf op Schaarsbergen.
Na de tenten kwamen de huisjes. Die staan rondom de weilanden bij de boerderij. Ze staan er al vele jaren en er zijn mensen bij die er jarenlang elke zomer weer terug komen. Het verloop is gering en blijkbaar voelen de mensen die er ’s zomers wonen zich zeer op hun gemak. Het is er dan ook een paradijselijke omgeving wanneer je er rondkijkt. Veertig zijn het er in totaal en dat blijft ook zo.
Lopen er in de wei rond de boerderij aanvankelijk allen maar koeien, in de loop der jaren zijn die vervangen door schapen, varkens en kippen. Daarna komen de paarden aan bod. Zelfs hebben er nog een tiental jaren twee kamelen rondgelopen. Die werden gebruikt om op te treden bij kermissen, braderiëen en andere volksfeesten. Toen de concurrentie op dat gebied te groot werd zijn ze geruisloos weer uit de wei verdwenen.
Zoals gezegd: daarna komen de paarden. Een tijdlang als gemengd bedrijf, hetgeen wil zeggen dat er manegepaarden rondlopen die gebruikt worden voor het leren paardrijden van leerlingen en een aantal pensionpaarden.
Sonja komt op een zeker moment tot de conclusie dat ze moet stoppen met die manegepaarden. Het gebruik van een paard door telkens verschillende mensen is niet erg bevorderlijk voor het welzijn van het dier. Het strookt ook niet meer met de opvattingen die zij over het verzorgen van paarden ontwikkelt.
Tijdens ons gesprek probeert ze me duidelijk te maken hoe zij aankijkt tegen de manier waarop mensen en paarden met elkaar behoren om te gaan.
“Paarden en mensen moeten elkaar in de allereerste plaats volledig vertrouwen. Een autoritaire ruiter die zijn paard niet met respect behandelt, vraagt om problemen. Zo’n houding is dus funest. Paarden zijn gevoelige dieren die sterk reageren op hun sociale omgeving en die heel gevoelig zijn voor de manier waarop er met ze omgesprongen wordt.
In de eerste plaats moet de ruiter daarom als persoon met zichzelf in balans zijn. Hij of zij moet rust, evenwicht en zelfvertrouwen uitstralen. Die uitstraling heeft grote invloed op het welzijn van het paard. Op basis van de filosofie van het holisme (komt van het Engelse whole = eenheid )leidt de eenheid van paard en mens dan tot meer dan een rekenkundig resultaat. Hier is het geheel meer dan de som der delen. De omgang van paard en ruiter op basis van dit principe leidt tot meerwaarde: plezier en vreugde voor de ruiter en het paard.
Dat is heel in het kort onze filosofie. Al onze instructiemethoden, lessen,clinics en workshops zijn gebaseerd op deze uitgangspunten. Ook de manier waarop ons Holistisch cenrum is opgebouwd, berust op deze principes. U kunt hier zien dat paarden niet meer opgesloten staan in een box van 3 bij 3 meter maar dat ze zoveel mogelijk vrij rond kunnen lopen. Dat betekent dat de paarden met elkaar communiceren en contact met elkaar hebben want het zijn sociale dieren. Die wijze van huisvesten in een grote overdekte ruimte waar ze kunnen verblijven wanneer ze dat zelf willen, leidt tot rust en tevredenheid.”
Hoe groot is het centrum en hoeveel paarden lopen hier in totaal rond?”, is mijn volgende vraag. René vertelt me dan dat ze voor de paarden bijna 4 hectare grond beschikbaar hebben en dat er maximaal 35 dieren gehuisvest kunnen worden. Op dat aantal is onze aanpak dan ook gebaseerd. Voor ons is het op deze manier te behappen hoewel we behoorlijk hard moeten werken. We zijn er continu mee in de weer, ook op eerste Kerstdag moet de stal ‘s morgens schoongemaakt worden. We zijn hier 365 dagen per jaar met de dieren bezig.”
“Hebt u dit plan helemaal zelf bedacht of hebt u daar hulp bij gehad?”
“We hebben dit helemaal zelf ontworpen. Pas toen we wisten wat we wilden hebben we er een architect bij gehaald die alles getekend heeft. Daarna kwam natuurlijk de fase van het aanvragen van de nodige vergunningen. Dat heeft ons heel veel tijd, geld en beslist ook nachtrust gekost want we kunnen - zacht gezegd - niet zeggen dat de gemeente Arnhem ons erg geholpen heeft. Over elke futiliteit werd moeilijk gedaan. Pas toen we er een deskundige bij haalden lukte het om de vereiste vergunningen te krijgen. Ook tijdens de afbraak van de oude gebouwen en de opbouw werd er bij voortduring moeilijk gedaan. Maar laten we daar maar niet meer over praten. We hebben dat verhaal gelukkig achter de rug.”
“Praat u met elkaar nog wel eens over iets anders dan over paarden, want u bent er beiden natuurlijk wel helemaal door gebiologeerd?” is dan mijn vraag. Sonja en René kijken me verbaasd aan. “Nee dat is eigenlijk helemaal niet zo, we praten vooral over de mensen die hier werken of een paard hebben staan.”
Na afloop van ons gesprek krijg ik nog een kleine rondleiding door het bedrijf. Voor het eerst loop ik zomaar tussen een aantal paarden door en tot mijn verbazing gebeurt er niets bijzonders. U moet weten dat ik mijn leven lang al bang geweest ben voor paarden omdat ik in mijn jeugd een ongeluk met een paard heb meegemaakt. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee René voor mij uit loopt en het enthousiasme waarmee hij me laat zien hoe het voeren van de paarden volledig met de computer wordt gestuurd, helpt mij over mijn angst heen. Ik ben zelfs niet bang meer als ik plotseling iets achter mij voel. Het is de snuit van een nieuwsgierig paard dat met ons mee wil kijken naar de computer.
Eigenlijk is het wel heel bijzonder, denk ik bij mijzelf, hoe aan de ene kant de paarden weer terecht gekomen zijn in hun natuurlijke omgeving dank zij de hier in de praktijk toegepaste filosofie en hoe aan de andere kant de computer een belangrijke functie is gaan vervullen bij de verzorging van de paarden. Elk dier heeft een chip aan het lijf en die is verbonden met de computer. René vertelt me dat hij op die manier kan zien hoeveel een paard per dag gegeten heeft. Als er iets mis is kan hij daardoor onmiddellijk ingrijpen. De natuur en de technologie gaan zo hand in hand. Heel opmerkelijk.
Als ik afscheid neem en beloof een verhaal voor de Dorpskrant te maken, merk ik dat ik diep onder de indruk ben geraakt en heel veel respect voor deze twee mensen heb gekregen die dit prachtige bedrijf hebben opgebouwd en daar werkelijk met hart en ziel in werken. Alweer een ervaring rijker. En dat allemaal binnen de grenzen van ons eigen Schaarsbergen.
Wilt u het naadje van de kous weten over “De Maesberg” ? Kijk dan op hun website www.demaesberg.nl . Daar vindt u werkelijk alle informatie die u maar nodig hebt. U zult er van staan te kijken wat er allemaal op staat.
Woensdag 19 april was er een uitzending op televisie over groepshuisvesting naar aanleiding van het proefschrift van Machteld van Dierendonck. ( gedragsdeskundige)
Uitzending gemist? Kijk op:
http://www.2vandaag.nl/index.php?module=PX_Story&func=view&cid=2&sid=30540#
Laat de paarden vooral neuzen
de Volkskrant, Kennis, 15 april 2006 (pagina K07)
John Ekkelboom
Ze bekeek maanden achtereen kuddes paarden en werd bijna één van hen. Nu ligt er een proefschrift.
Door John Ekkelboom
Van Dierendonck: 'Een paard heeft doorgaans drie of vier echte vrienden waar het intensief mee optrekt.'[]
'De paarden beschouwden mij als een soort levende boom. Soms sliepen ze gewoon om me heen'
'Die twee staan niet toevallig bij elkaar. Je ziet dat het vrienden zijn. Ze knabbelen in elkaars nek waardoor ze rustig worden. Zoiets doen ze alleen als ze elkaar echt mogen.'
Ethologe (diergedragsdeskundige) Machteld van Dierendonck staat middenin de kudde IJslandse paarden van stoeterij de Breidablik in het Brabantse Oirschot. Maandenlang observeerde zij deze dieren om inzicht te krijgen in hun sociale leven.
Op de Breidablik komt ze al bijna dertig jaar. Het begon bij haar als bij veel meisjes: met een fascinatie voor paarden. Ze zegt dat deze stoeterij in die beginjaren voor Nederlandse begrippen vrij uitzonderlijk was, omdat alle leeftijden in een kudde bij elkaar werden gehouden en de paarden in principe nooit op stal gingen.
'Regelmatig kwam de dierenbescherming aan de deur met de waarschuwing dat het te koud voor de dieren was. Maar ze hebben een dikke wintervacht. In een stal is het veel te warm voor hen. Tegenwoordig komen er nooit meer klachten en zie je op meer plaatsen dat paarden buiten worden gehouden.'
In tegenstelling tot de kudde op de Breidablik leven veel paarden in Nederland in fysieke eenzaamheid. Van Dierendonck schat dat dit voor ruim de helft van de vierhonderdduizend Nederlandse paarden geldt. Ze vroeg zich af wat paarden eigenlijk zelf prettig vinden. In het wild leven ze namelijk in groepen. Ze besloot de kudde van de Breidablik, en later een kudde IJslandse paarden op IJsland, lange tijd te observeren.
De veldstudies zijn uitgegroeid tot een proefschrift. Komende woensdag 19 april promoveert ze aan de Universiteit Utrecht, waar ze verbonden is aan de vakgroep Ethologie & Welzijn, faculteit Diergeneeskunde.
Ze wilde beslist geen experimenteel onderzoek doen, legt ze uit. 'Ik heb gekozen voor een holistische benadering. Anders maak je als mens een keuze in wat belangrijk zou kunnen zijn voor die dieren. Ik wilde er juist gestructureerd, objectief en onbevooroordeeld achter komen wat voor hen zelf belangrijk is, en dat vertalen naar de moderne paardenhouderij.'
Erg koud
In totaal volgde ze in haar eentje vijf maanden acht uur per dag de Breidablikkudde. 'Vaak best saai en soms erg koud.'
Op IJsland, waar het in de zomer continu licht is, bestudeerde ze samen met studenten bijna vier maanden 24 uur per dag het gedrag van een kudde in een semi-natuurlijk gebied. De Nederlandse en IJslandse kuddes, van respectievelijk 30 en 31 paarden, bestonden uit merries, ruinen (gecastreerde hengsten) en hun nakomelingen van alle leeftijden.
Samen met gedragsbioloog Matthijs Schilder, die zebra's in het wild onderzocht, stelde ze tevoren een lijst op van 187 gedragselementen die ze tijdens haar observaties gebruikte.
Een onderzoeksresultaat is bijvoorbeeld dat de onderlinge dominantierelatie tussen twee paarden te onderkennen is aan enkele gedragingen, zoals het platleggen van de oren, het dreigen te bijten en het daadwerkelijk toehappen. Een ondergeschikt paard gaat opzij en klappert eventueel met zijn tanden.
Zowel alle paarden als alle gedragskenmerken kregen een unieke code toegewezen. Hiermee kon ze per dier het gedrag en later de onderlinge relaties vastleggen. Eerst registreerde ze alles met pen en papier, later werkte ze met een handcomputer in het veld.
Ze paste drie observatiemethoden toe. Bij één daarvan hield ze voortdurend één enkel paard tien minuten achtereen in de gaten, om zich daarna even lang op een ander paard te concentreren. Het nadeel van deze werkwijze is dat de rest van de kudde telkens buiten beeld valt.
Daarom wisselde ze deze aanpak regelmatig af met het op afstand bekijken wat er in de hele kudde gebeurt. Daarbij lette ze specifiek op interacties tussen groepjes van drie dieren. Ten slotte maakte ze precies ieder half uur een tekening van de posities van de verschillende paarden in het veld.
'Ik werd door de kuddes volkomen geaccepteerd. De paarden beschouwden mij als een soort levende boom. Soms sliepen ze gewoon rondom mij. Een keer legde een paard zelfs zijn hoofd op mijn voet. Dat was knap zwaar.'
Dat paarden een heel ander levensritme dan de mens hebben, is Van Dierendonck duidelijk geworden tijdens haar langdurige verblijf bij de kuddes. Veel paardeneigenaren zijn zich daarvan onvoldoende bewust, weet ze. 'Zo geven ze vaak in de vooravond hooi en pas de volgende ochtend weer. Dan zitten die paarden uren zonder eten, terwijl ze slechts twintig minuten per etmaal echt slapen en een natuurlijke behoefte hebben om 70 procent van de dag te eten. Ze moeten voortdurend iets te knabbelen hebben.'
Luchtzuigen
Tijdelijk gebrek aan voedsel kan ontaarden in luchtzuigen. Althans, dat is de huidige wetenschappelijke hypothese die Van Dierendonck samen met collega's heeft onderzocht aan de Utrechtse faculteit. Bij luchtzuigen zet een paard zijn tanden vast op een object, trekt zijn hoofd naar de borst en maakt daarbij een slikkend geluid. Van Dierendonck vermoedt dat beperkt foerageren ertoe leidt dat de speekselklieren niet vaak genoeg worden geleegd waardoor het maagzuur onvoldoende geneutraliseerd raakt.
Een andere grote fout die veel paardeneigenaren volgens Van Dierendonck maken, is het solitair huisvesten van hun dier, vaak ook in te kleine boxen. Zij zag bij de kuddes hoe belangrijk beweging en fysiek sociaal contact zijn. Meerdere keren per uur raken paarden elkaar aan waarbij ze vaak even neuzen. Het gezamenlijk spelen gebeurt vooral door jongere dieren en ruinen. Merries stoppen daarmee gemiddeld vanaf hun vijfde levensjaar.
Ook is er een rangorde, want tussen iedere twee dieren is er telkens één dominant. De meest dominante van de groep hoeft niet de leider te zijn, die bepaalt dat er wordt gegeten of gedronken en die de ruzies beslecht. Wat dit soort zaken betreft delen de oudere merries de lakens uit.
Opvallend is bovendien dat paarden in hun relaties een duidelijke voor- en afkeur hebben. Sommige staan vrijwel nooit naast elkaar en andere juist heel frequent. Van Dierendonck: 'Een paard heeft doorgaans drie of vier echte vrienden waar het intensief mee optrekt. Meestal zijn het leeftijdgenoten van dezelfde sekse. Ze verwennen elkaar door aan elkaar te knabbelen of samen te spelen.
'Wat mij is opgevallen, is dat paarden een vorm van jaloezie kennen. Als twee paarden bij elkaar zijn en een vriend van een van beiden ziet dat, dan komt hij daartussen en jaagt de ander weg.'
De ethologe wilde weten of verwantschap of juist bekendheid de doorslag geeft voor vriendschap. Op IJsland bracht ze daartoe acht paarden van een andere eigenaar in haar onderzoekskudde. Enkele van deze vreemdelingen waren genetisch verwant aan een aantal paarden in de groep.
Maar de dieren van dezelfde vader bleken elkaar op geen enkele manier te herkennen en negeerden elkaar. Vriendschappen lijken te ontstaan doordat veulens met elkaar opgroeien, ongeacht hun genetische achtergrond. Bovendien kunnen die vriendschappen lang blijven bestaan.
Belonend
Het onderhouden van vriendschappen heeft volgens Van Dierendonck waarschijnlijk een neurobiologische reden. 'Sociaal gedrag is belonend doordat endorfinen in de hersenen vrijkomen en die geven een prettig gevoel. Dit gebeurt bij mensen bijvoorbeeld ook als ze seks hebben of langdurig hardlopen. Paarden in gevangenschap hebben uiteraard eveneens dat neurologische systeem en dus behoefte aan sociaal contact. Als je ze dat ontneemt, ontstaat er irritatie en stress.'
Als deskundige adviseert ze dierenartsen die geen raad weten met gedragsproblemen bij paarden, zoals neurotisch dezelfde rondjes lopen in de box, apathie of agressief gedrag. Regelmatig blijkt dat die paarden eenzaam zijn of van hun vaste vrienden zijn gescheiden.
Ze raadt dan ook aan paarden dagelijks met soortgenoten in contact te brengen. 'Wil iemand zijn paarden op stal zetten, dan is het verstandig dat bevriende dieren elkaars buren zijn en met hun hoofden en halzen bij elkaar kunnen komen, zodat wederzijds vertroetelen mogelijk is.
'Ik weet dat de paardenwereld in ons land conservatief is en liever de dieren gescheiden huisvest om het risico van verwonding te vermijden, maar contact tussen paarden is een voorwaarde voor hun welzijn.'
Copyright: Ekkelboom, John
Het volgende artikel stond in het paard en spul na een intervieuw op ons trainingscentrum